Waar komen teervlekken vandaan?

Teer en bitumen komen vooral van wegwerkzaamheden en vers asfalt. De zwarte of bruine spetters zitten vaak op de onderste delen van portieren, dorpels, wielkasten en achter de wielen. Ze hechten sterker wanneer ze lang blijven zitten of warm worden.

Zo pak je teer veilig aan

  1. Was de auto eerst zodat los zand en straatvuil verdwenen zijn.
  2. Parkeer in de schaduw en laat de lak afkoelen.
  3. Test een teerverwijderaar op een onopvallend stukje.
  4. Breng het middel aan op een doek of precies op de vlek.
  5. Laat het kort werken volgens de verpakking en veeg zonder druk weg.
  6. Was het behandelde deel opnieuw en droog het zorgvuldig.

Een vlek die niet direct loskomt, mag je opnieuw behandelen. Hard schrobben maakt het probleem meestal groter: je verspreidt de teer en kunt tegelijk de lak krassen.

Wat moet je niet gebruiken?

Gebruik geen schuurspons, plamuurmes, schuurpapier of willekeurig oplosmiddel. Huishoudelijke middelen kunnen rubbers, kunststof of een bestaande wax aantasten. Ook een hogedrukstraal van heel dichtbij is geen veilige manier om vastzittende teerplekken los te krijgen.

Na het verwijderen

Een teerverwijderaar haalt vaak ook een deel van de bescherming weg. Spoel het oppervlak goed na en breng, als dat past bij de afwerking van je auto, opnieuw wax of een andere lakbescherming aan. Blijven er donkere schaduwen of ruwe plekken zichtbaar, laat dan een detailer beoordelen of er meer nodig is.